Gedichten

Herfst
Ze houdt van laag en aardsde geur van samengeperst vergaanvan kreupelhout en zwammeneekhoorntjesbrood, aardappelboleetBehoedzaam proeft ze de woorden, de weemoeden propt haar buidel vol. Zwaar van verval zingt zeheks, kluizenaar, verzamelaareen riedeltje uit haar kindertijd.Vroeger rijpt tot vruchten. Enze vergaart, bewaartalles in haar zakken.Eet alles op.
Herfst is mijn oergedicht.
Ooit schreef ik iets semi-literair in mijn dagboek, over dat ik een 'laag-bij-de-gronds' kind was omdat ik van rupsen en paddenstoelen hield. Jaren later vond ik dat stukje terug in een verhuisdoos. Ik sleutelde er wat aan. Weer liet ik het jaren liggen rijpen, af en toe keerde ik het om en om. In 2018 organiseerde ik 'Poëzie bij beelden op de berg'. Ik besloot zelf ook een gedicht voor te dragen, mijn oergedicht, want dat paste wonderwel bij het kunstwerk Ouroboros. Dus moest het gedicht af. En dat was het ook.
Kruiswoord Ik zit aan tafelmet een puzzel.Verder alleen maarstilte. Met niks erin.En de geur van koffie.Letters vallen op huntijd op hun plek. Een deel van een kachelis een asla. En eensklapszit ik weer in oma’s keuken.Ook de stilte maar danmet een wolkje. De koffie op de stoof met de geur van allang enaltijd zo.
*barrevoets sta ik indit gedicht tot de enkels in mijn hemd.de rug gebogen tegenwind en gesmiespel.geheimen ritselen en rafelen,vermengen zich met water.het tij trekt zwijgend mijnhakken het zand in.
Nazomeravond Met de rug tegen de muurdie nog nazomer warm,staren we samen de tuin in. Er vallen woordenniet ver van de boom,hard als glanzende appelsen week wormstekig. We nemen ze terug en malen bedachtzaamtot moes
Quarantaine
De klok rees niet goed. Het was te laat. Te taai. De wijzers rond. De geur van broodvoor de deurdrong amper door. De klok zoog. Als drijfzand sijpelde de tijd de loper door. Het brood op de stoep.De stroop aan het mesde kruimels erin. Ik proefde metaalvan mes en stroop enwijzers die dropen.