Afscheid

Ik kan het niet, ik kan het niet,
ik kan het niet meer aan.
Het doet me zo intens verdriet,
je te moeten laten gaan.

Ik kan niet van je vergen
omwille van mij door te leven.
Ik zou mijn verdriet willen verbergen,
we zijn echter zo met elkaar verweven.

Het heeft geen zin te doen alsof,
daar prik je zo doorheen.
We zijn gemaakt van dezelfde stof,
jij kent me als geen één.

Misschien moet jij nu weer
de sterkste zijn van ons beiden.
Elkaar loslaten doet zeer,
helaas valt het niet te vermijden.

Je bent nog steeds zo’n sterke vrouw,
kun jij me echt niet leren,
hoe ik van iemand, van wie ik hou,
het afscheid kan accepteren.

Het is geen afscheid voor altijd,
we komen elkaar vast tegen,
al duurt het waarschijnlijk nog een tijd,
dat voelt voor mij als een zegen.

Genoeg

Ik zie je liggen, zo kwetsbaar en broos.
Mijn hart krimpt ineen van verdriet.
Ik voel me opstandig en machteloos,
een eind zoals dit verdien je niet.

Zelfstandig, onafhankelijk en sterk,
zo stond jij altijd in het leven.
Wat ik nu uiteindelijk bemerk
is dat je alles op hebt moeten geven

Je bent nu afhankelijk en hulpeloos.
Je kunt nergens meer zelf over beslissen.
Ik weet zeker dat je liever de dood verkoos
al zou je ons daardoor moeten missen.

Ik gun je van harte je rust,
je hebt moedig je strijd gestreden.
Tevens ben ik me er van bewust,
dat je onderhand genoeg hebt geleden.